‘Lezers hebben ook een taak,’ zo eindigt deze roman. Er worden in Moenk tenminste drie lijnen getrokken. Je ziet gebeurtenissen door de ogen van een ik-persoon, je kijkt met de ogen van Moenk, een fotograaf, en er is een derde onzichtbare verhaallijn, die niet van de ik-persoon is en niet van Moenk. Die lijn zou je de lijn het archetype kunnen noemen of te wel de Wet van Moenk. Op pagina 158 wordt de Wet van Moenk zo onder woorden gebracht: ‘De tragiek van de mens is… dat hij niet ziet dat de wereld waarin hij leeft zich voor zijn ogen afspeelt, zonder reden, zonder doel, zonder oorzaak. We staan midden in het leven en we beseffen het niet…’ We beseffen die tragiek niet als ik-zeggertje, niet als professioneel fotograaf. In zijn wet is ‘alles met alles verbonden, maar niets leidt tot iets.’ De perspectieven wisselen overigens en ook de vertelsituaties liggen niet vast. In Moenk komt geen ‘Alwetende verteller’ aan het woord en Bos houdt met strakke hand de perspectieven uit elkaar, daardoor ontstaan er markante verbindingslijnen, zonder dat de indruk gewekt wordt dat er ‘alwetend standpunt’ is. Moenk is een knap biografisch spel met lijnen en perspectieven, zonder wetmatigheden. Ik zie het als mijn taak om u, als lezer, op dit mooie boek te wijzen.
No comments:
Post a Comment